Micordis Study

Micordis Study

Zuurstoftekort in het hart door stoornissen in de kleinste bloedvaatjes

De MICORDIS studie: Reduced Microvascular Blood Volume as a Driver of Coronary Microvascular Disease in Patients with Ischemia with Non-Obstructed Coronary Arteries

Dr. Yolande Appelman, Interventiecardioloog

Dr. Etto Eringa, universitair hoofddocent microvasculaire fysiologie

Achtergrond
Vernauwingen in de kransslagaderen die zuurstoftekort in het hart, zijn nog altijd een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid in Nederland. Jaarlijks sterven vele mensen aan de gevolgen hiervan, maar paradoxaal hebben met name relatief jonge vrouwen met hartklachten (ongeveer 70%) juist geen vernauwing (obstructie) van een grote kransslagader. Dit ziektebeeld van klachten en symptomen van zuurstoftekort in het hart zonder vernauwde kransslagader staat bekend als INOCA: Ischemia with Non-Obstructed Coronary Arteries. De huidige diagnosetechnieken zijn geschikt om vernauwingen in de grote kransslagaderen op te sporen, maar problemen in de kleine vaatjes van het hart (de microcirculatie) kunnen hiermee niet goed worden vastgesteld. Hierdoor blijft de oorzaak van klachten ondanks het ondergaan van vele onderzoeken onbekend, kunnen klachten niet goed worden behandeld en blijven patiënten in onzekerheid over hun ziekte. Mensen met dit ziektebeeld hebben een verhoogd risico op overlijden en een verminderde kwaliteit van leven. Vaak worden zij ten onrechte gerustgesteld (“uw vaten zijn gezond”) en weer naar huis gestuurd. INOCA treft vooral vrouwen van middelbare leeftijd (45-65 jaar). Hierdoor ontstaat ongelijkheid tussen de seksen in de cardiologische zorg omdat de kennis ontbreekt voor effectieve diagnose en behandeling.  

Doel van het onderzoek

Ons doel is de werking van de microcirculatie van het hart bij patiënten met INOCA te onderzoeken en het stellen van een diagnose te verbeteren met nieuwe beeldvormende technieken. Hiervoor testen we technieken als contrastechocardiografie (een nieuw soort echo-techniek) en de CMR-T1 techniek (een nieuw type MRI-scan).

Korte beschrijving van het onderzoek

Mogelijke afwijkingen in kransslagaderen bij INOCA zijn plotselinge verkramping van een kransslagader (vasospasme), die pijn op de borst geeft en soms tot een hartinfarct kan leiden, of een verstoorde werking van  de kleinste bloedvaatjes. Laatstgenoemd fenomeen heet microvasculaire dysfunctie (MVD). Hoeveel patiënten met INOCA last hebben van slecht werkende kleine bloedvaatjes is onbekend, maar recente studies tonen dat zowel spasme als MVD vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen. Naast het feit dat kleine slagadertjes wijder moeten worden wanneer het hart meer zuurstof nodig heeft (bijvoorbeeld bij traplopen), neemt ook het aantal doorbloede haarvaten dan toe en kan bij een verstoorde werking klachten veroorzaken. De oorzaken van deze verstoorde werking zijn nog onduidelijk maar lijken verband te houden met cardiovasculaire risicofactoren zoals een hoge bloeddruk, overgewicht en diabetes.

Het aantal doorbloede haarvaten is meetbaar als het bloedgehalte van de hartspier. Dit bloedgehalte kan echter met gebruikelijke beeldtechnieken, zoals een PET-scan, niet goed gemeten worden. Dit is op dit moment alleen mogelijk met een speciale echo techniek: contrast-echocardiografie. 

Om te testen of verstoorde doorbloeding van de haarvaten van het hart een rol speelt bij INOCA, willen we bij 28 patiënten (14 vrouwen en 14 mannen) en 28 gezonde mensen een aantal onderzoeken doen. Ten eerste via invasieve metingen in de kransslagaderen om te controleren of sprake is van spasme en/of MVD. Daarnaast zullen we het bloedgehalte van de haarvaten meten met contrastechocardiografie. Met behulp van deze techniek kan het bloedgehalte van de hartspier worden gemeten in rust en onder omstandigheden waarbij het aantal doorbloede haarvaten normaliter stijgt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een verhoogde insulinespiegel na de maaltijd en tijdens inspanning. Deze techniek is echter tijdrovend en minder gemakkelijk toepasbaar in de dagelijkse klinische praktijk. Daarom zullen alle deelnemers ook een CMR-1 onderzoek ondergaan. Hierbij is geen straling nodig maar wordt gebruik gemaakt van magneetvelden om beelden van het hart te maken. Nieuw bij dit type MRI (Magnetic Resonance Imaging) scan is dat we met speciale instellingen mogelijk ook het bloedgehalte in de hartspier kunnen meten. Als dit mogelijk is kan deze techniek worden toegepast in de dagelijkse praktijk. We zullen de MRI-techniek dan ook vergelijken met de contrastechocardiografie. We verwachten te zien dat doorbloeding van de haarvaten van de hartspier bij NOCAD patiënten verlaagd is, en met name tijdens insulinestimulatie. Dit is al eerder aangetoond bij patiënten met diabetes, een ziekte waarbij stoornissen in de perifere vaten klachten geven. Omdat bij mensen met diabetes vergelijkbare stoornissen waargenomen zijn in het hart, verwachten we ook stoornissen in de haarvaten te zien bij vrouwen met het INOCA-ziektebeeld. Als dit bij deze kleine groep kan worden aangetoond zullen we vervolgens een grotere groep patiënten, voor wie nu geen behandeling beschikbaar is, met dezelfde technieken onderzoeken. 

Belang van het onderzoek

Ten eerste geeft ons onderzoek artsen extra mogelijkheden om stoornissen in bloedvaten op te sporen bij mensen met INOCA. Het vaststellen hiervan met een nieuwe techniek is een innovatie die grote gevolgen kan hebben voor de cardiologische zorg. Als met een dergelijke toegankelijke techniek vaatstoornissen kunnen worden aangetoond, kan bij patiënten met INOCA, vaak na lange onzekerheid, een diagnose worden gesteld. Daarnaast zullen als direct gevolg de zorgkosten dalen doordat extra ziekenhuisopnames, polibezoeken en onnodige diagnostiek zoals beeldvorming van de grote kransslagaderen niet meer nodig zijn. Ten tweede geven de verschillende beeldvormende technieken in ons onderzoek letterlijk inzicht in de mechanismen die het INOCA-ziektebeeld veroorzaken. Deze mechanismen zijn op dit moment nog onduidelijk. Ten slotte kunnen bestaande en nieuwe geneesmiddelen voor vaatstoornissen worden getest bij INOCA, als deze meetbaar zijn. 

Het onderzoeksteam

Het team bestaat uit twee hoofdonderzoekers; Etto C. Eringa, fysioloog in het onderzoeksinstituut Amsterdam Cardiovascular Sciences (ACS) en Yolande Appelman, interventiecardioloog in het Amsterdam UMC, locatie VUmc. Door de samenwerking van deze twee disciplines is een goede uitwisseling tussen basaal onderzoek [mechanismen] en klinisch onderzoek [invasieve metingen en beeldvorming] mogelijk. Dr. Eringa is expert in de werkingsmechanismen van de microvaatjes en heeft expertise op het gebied van contrastechocardiografie. Dr. Appelman is expert op het gebied van hart- en  vaatziekten bij vrouwen en is een van de pioniers op dit onderwerp in Nederland. Ze werkt ook internationaal, heeft zitting in diverse fora, vele publicaties op dit gebied en zet zich breed in om zowel publiek als zorgprofessionals bewust te maken van de sekseverschillen in de zorg. 

Looptijd project

De studie is gestart en loopt tot 2024.

Financiering

Ons onderzoek is mogelijk gemaakt door een crowdfundingsactie in samenwerking met de Nederlandse Hartstichting, een bijdrage vanuit het Jubileumfonds 50-jarig bestaan VUmc en diverse zorginstanties, zoals het Innovatiefonds.  

Started in: 2018

Tel: 088-2333600      E-mail: info@heart-institute.nl      Twitter: @nl_heart      Facebook: @netherlandsheartinstitute